Rapport monitoring boekjaar 2015

 

Op 23 december 2016 publiceert de Monitoring Commissie Corporate Governance Code het Rapport monitoring boekjaar 2015. In lijn met eerdere boekjaren is de algehele naleving van de Code door beursvennootschappen met 97% hoog. Alhoewel de naleving hoog is, signaleert de Commissie dat er nog ruimte is voor verbetering. In het onderzoek naar de naleving is dit jaar onder meer aandacht besteed aan drie actuele thema’s: de inrichting van de raad van commissarissen, beloningen en aandeelhouders.

DOWNLOAD RAPPORT MONITORING BOEKJAAR 2015

Het nalevingsonderzoek van SEO Economisch Onderzoek vindt u hier.

 

Belangrijkste conclusies en bevindingen

Naleving van de Code door beursvennootschappen

  • In lijn met eerdere boekjaren is de algehele naleving van de Code met 97% hoog, ondanks een gewijzigde, striktere beoordeling.
  • Vier op de vijf vennootschappen heeft een algehele naleving van 95% of hoger.
  • De naleving van de Code varieert per beursindex: 98,7% onder AEX fondsen, 97,7% onder AMX fondsen, 97% onder AScX fondsen en 94,4% onder lokale fondsen.
  • De bepaling over het overzicht van het bezoldigingsbeleid in het remuneratierapport wordt in boekjaar 2015 het vaakst niet nageleefd. De bepalingen inzake het beleid bilaterale contacten met aandeelhouders en de profielschets raad van commissarissen behoren ook tot de slechts nageleefde bepalingen. Alhoewel vennootschappen wel een profielschets opstellen, ontbreekt in het bestuursverslag regelmatig een toelichting op het al dan niet behalen van de diversiteitsdoelstellingen.
  • De Commissie benadrukt het belang van het toepassen van de verschillende onderdelen waaruit bepalingen bestaan en van het rapporteren op de aangewezen plek. Hiermee kan verdere verbetering van de naleving van de Code worden bewerkstelligd.

Inrichting raad van commissarissen

  • Vennootschappen nemen de onafhankelijkheid van commissarissen serieus: 59% van de onderzochte vennootschappen heeft een raad van commissarissen die volledig uit onafhankelijke commissarissen bestaat; daarnaast heeft 27% één afhankelijke commissaris. 14% van de vennootschappen heeft aangegeven dat in haar raad van commissarissen er méér dan één commissaris zitting heeft die als afhankelijk kan worden gezien. De afhankelijkheid van commissarissen heeft vaak betrekking op het vertegenwoordigen van of het in bezit zijn van een aandelenbelang van meer dan 10%.
  • Vrijwel alle onderzochte vennootschappen hebben aangeven dat, indien aanwezig,het voorzitterschap van de remuneratie- en de auditcommissie niet wordt vervuld door de voorzitter van de raad van commissarissen of door een voormalig bestuurder van de vennootschap, wat in lijn is met de bepalingen in de Code.

Beloningen bestuurders en commissarissen

  • De bepaling die toeziet op de maximering van de ontslagvergoeding van bestuurders behoort tot de vaakst uitgelegde bepalingen. Redenen om niet de maximale vertrekvergoeding van één jaar te hanteren, hebben veelal betrekking op eerder gemaakte afspraken. De Commissie wil vennootschappen erop attenderen dat bij vernieuwing van afspraken als uitgangspunt moet gelden dat de vertrekvergoeding in overeenstemming met de Code wordt gebracht.
  • Vennootschappen leven de bepaling inzake het niet belonen van commissarissen in aandelen goed na. Aandelenbezit van commissarissen in de eigen vennootschap komt evenwel regelmatig voor. Vennootschappen borgen niet in alle gevallen dat het aandelenbezit ter belegging is op de lange termijn. De Commissie is van mening dat vennootschappen hier een stevigere rol kunnen innemen. Uit het onderzoek blijkt verder dat de interpretatie van wat onder lange termijn wordt verstaan per vennootschap kan verschillen. De Commissie roept vennootschappen op om een voor de vennootschap passende termijn te kiezen.

Aandeelhouders

  • De bepaling die toeziet op het publiceren van het beleid bilaterale contacten met aandeelhouders behoort tot de vaakst door kleinere vennootschappen niet-nageleefde bepalingen. De desbetreffende vennootschappen geven aan geen beleid geformuleerd te hebben. De Commissie ziet het formuleren van beleid op dit gebied als een aandachtspunt voor kleinere fondsen.
  • De helft van de bevraagde vennootschappen heeft een beschermingsstichting. Eén derde van de ondervraagde vennootschappen heeft aangegeven niet te weten of de bestuurders van hun beschermingsstichtingen ook in de besturen van andere beschermingsstichtingen zitting hebben.

Wilt u onze nieuwsberichten ontvangen? Laat dan hier uw emailadres achter.