Onderzoek naleving boekjaar 2012

De Monitoring Commissie Corporate Governance Code (hierna de Commissie), zoals ingesteld op 11 december 2013, presenteert hierbij het onderzoek dat is gedaan naar de naleving van de code in boekjaar 2012. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de vorige monitoring commissie. Om deze reden zal de Commissie slechts beperkt commentaar geven bij de nalevingsrapportage. Voor een meer gedetailleerd overzicht verwijst de commissie naar het onderzoek zelf. Dit is getiteld “Corporate Governance in Nederland: een onderzoek naar de stand van zaken in het boekjaar 2012 en de ontwikkelingen ten opzichte van het boekjaar 2011”, en is verricht door Tilburg University.

U vindt dit onderzoek hier.

Het onderzoek betreft vrijwel alle Nederlandse ondernemingen van de AEX, AMX en AScX-indices en een aantal lokale ondernemingen. In totaal is voor 96 Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen onderzocht in welke mate zij de Nederlandse Corporate Governance Code naleven aan de hand van het ‘pas toe of leg uit’ principe. De code wordt nageleefd als (i) een codebepaling wordt toegepast, dat wil zeggen één op één in praktijk wordt gebracht, of (ii) als van een bepaling wordt afgeweken, hiervoor een gemotiveerde uitleg wordt gegeven. Indien een dergelijke uitleg ontbreekt wordt niet-nageleefd.[1] Van deze ondernemingen zijn de publiek toegankelijke bronnen geraadpleegd en is de letterlijke uitleg die ondernemingen verschaffen voor niet-toepassing verzameld en geanalyseerd. Bij onduidelijkheid of twijfel over de naleving van de code is met de betreffende onderneming contact gezocht.

Net als in de voorgaande jaren is gebeurd is onderzoek gedaan naar de naleving van best practice bepalingen die over de afgelopen vier jaar in ten minste één jaar voor minder dan 90 procent werden toegepast en bepalingen die in 2008 nieuw in de code zijn opgenomen of zijn aangepast.

 

Naleving

In het rapport wordt geconcludeerd dat de mate van naleving in boekjaar 2012 in hoge mate vergelijkbaar is met die van voorgaande jaren. De naleving is, enkele uitzonderingen daargelaten, nog altijd hoog. De gemiddelde nalevingspercentages per beursindex zijn respectievelijk voor de AEX 95 procent, voor de AMX 90 procent, voor de AScX 84 procent en voor Lokaal 80 procent. De gemiddelde toepassingspercentages per beursindex over de gemeten bepalingen zijn respectievelijk voor de AEX 91 procent, voor de AMX 84 procent, voor de AScX 75 procent en voor Lokaal 71 procent.

De meest niet-nageleefde bepalingen hebben betrekking op de verantwoording van bestuurdersbeloningen en op de verantwoording over het diversiteitbeleid van de raad van commissarissen. Het gaat hierbij om de best practices II.2.12 en II.2.13 over de verantwoording van het beloningsbeleid in het remuneratieverslag en de precieze inhoud van dat verslag[2] en om best practice III.3.1. Deze best practice schrijft voor dat als de samenstelling van de raad afwijkt van de profielschets, aangegeven moet worden wanneer dan wel wordt voldaan. De toepassing van deze laatste bepaling is met vijf procent afgenomen ten opzicht van vorig jaar.

 

Kanttekeningen bij naleving

De onderzoekers merken op dat het op basis van de aangetroffen teksten in jaarverslagen en andere publieke bronnen lang niet altijd mogelijk is om toepassing van de code onomstotelijk te kunnen constateren. Dit komt omdat de code zelf niet altijd een specifieke verslagleggingseis noemt als voorwaarde voor toepassing. De code gaat namelijk uit van het principe dat alleen tekst en uitleg gegeven hoeft te worden indien van de code wordt afgeweken.

Tijdelijke uitleg verbetert

Ook de aangetroffen uitleg bij het niet toepassen van de code wordt op verzoek van de vorige commissie in het rapport van Tilburg University besproken. Daarbij is een positieve ontwikkeling zichtbaar bij tijdelijke afwijkingen van de code. In boekjaar 2012 wordt vaker concreet aangegeven wanneer een tijdelijke afwijking zal eindigen. Door deze specifieke uitleg te geven verbetert de kwaliteit van de uitleg ‘tijdelijke afwijking’.

Eigen regeling verslechtert

Een negatieve ontwikkeling is zichtbaar bij het verwijzen naar een eigen regeling van de vennootschap. Hier is sprake van een toename van vijf procent van de gevallen waarbij wordt verwezen naar een eigen regeling, maar waarbij niet wordt aangegeven waarom de onderneming heeft gekozen voor een van de code afwijkende eigen regeling. Volgens de guidance van de commissie Streppel betekent dit dat de code bij 83 van de 111 gevallen waarin het hebben van een ‘eigen regeling’ wordt aangevoerd als enige reden om af te wijken van de code, niet wordt nageleefd.

 

Conclusie voor werkprogramma

De Monitoring Commissie zal bovengenoemde bevindingen en kanttekeningen bij niet naleving meenemen in haar werkprogramma voor 2014 dat zij binnenkort zal presenteren.

 

 

[1] De betekenis die in dit rapport wordt toegekend aan de termen ‘toepassen’ en ‘naleven’ sluit aan bij de daaraan gegeven betekenis in de Code. De betekenis die door de Monitoring Commissie wordt toegekend aan de term ‘naleven’ is hiermee ruimer dan de betekenis die hieraan toegekend wordt in de nota van toelichting op artikel 3 behorende bij het Besluit van 23 december 2004 tot vaststelling van nadere voorschriften omtrent de inhoud van het jaarverslag (Staatsblad 2004, nr. 747). In die toelichting wordt onder ‘naleven’ het strikt volgen van een bepaling verstaan en onder ‘toepassen’ het strikt volgen van een bepaalde best practice da wel het geven van uitleg in geval van afwijking.

[2] Waarbij vier ondernemingen meer dan in boekjaar 2011 alle deelbepalingen van II.2.13 naleefden.